
De horizon is een grens die steeds verschuift, naarmate je dichterbij komt. Paradoxaal, want zijn grenzen juist niet bedoeld om aan te geven: “tot hier en niet verder”? De horizon trekt zich er niets van aan en kijkt van een afstandje toe.
Nog zoiets raars is de mist. Je kijkt voor je uit en honderd meter verder is er niets, behalve een alles bedekkende deken. Loop je die honderd meter vooruit, dan zie je dat de deken is verschoven. Er mist niets op de plek waar jij staat.
Maar alles heeft z’n perspectief. Ook een horizon. Ook de mist. Dichtbij jezelf zijn de lijnen nog helder. Dit is het pad dat je loopt, dat zijweggetje laat je links liggen en de vangrail zie je vanuit je ooghoek, daar zit je niet met je neus bovenop.
Toch is de weg wel eens glad en zijn de lichten gedimd. Dan wordt vinden meer een tasten. En je zekerheden, de dingen waarvan jij dacht: “dit is goed”, “dat is niet handig”, blijken ineens op losse schroeven te staan. De mist komt op. De horizon verschuift. Lees de rest van dit bericht →